Er zijn van die momenten waarop je een stad anders bekijkt. Tijdens de Lokerse Feestweek verandert het centrum elke avond een beetje. Tegen de vooravond komen de eerste bezoekers toe, terrassen lopen vol en op de Markt bots je haast vanzelf op iemand die je al een hele tijd niet meer hebt gezien. Dat is misschien nog wel typerender voor Lokeren dan de affiches of de concerten zelf. Een stad leeft pas echt wanneer mensen elkaar opnieuw tegenkomen.
De Lokerse Feestweek is intussen veel meer dan een muziekfestival. Ze is uitgegroeid tot een visitekaartje voor de hele stad. Wie voor een optreden afzakt naar Lokeren, blijft vaak ook hangen voor een etentje, een terrasje of een wandeling. Sommige bezoekers ontdekken hier voor het eerst het Molsbroek of de Durme. Anderen keren later nog eens terug, zonder podium of festivalbandje.
Dat is de kracht van een stad die iets te bieden heeft.
We hebben soms de neiging om toerisme en lokale economie als aparte dossiers te bekijken. In werkelijkheid begint het veel eenvoudiger. Een aangename avond, een vriendelijk onthaal of een gezellig plein zijn vaak de reden waarom mensen terugkomen. Zo bouw je, zonder grote campagnes of dure slogans, aan de reputatie van een stad.
Toch zie je als bezoeker maar een klein deel van het verhaal.
Nog voor de eerste gitaren worden gestemd, zijn tientallen mensen al dagenlang in de weer. Vrijwilligers zetten togen klaar, leveranciers rijden af en aan, techniekers testen installaties en stadsdiensten zorgen ervoor dat alles veilig en ordelijk verloopt. Politie, brandweer en hulpdiensten staan paraat, meestal zonder dat iemand erbij stilstaat.
Dat is misschien wel hoe het hoort. Goede organisatie valt nauwelijks op. Ze zorgt ervoor dat iedereen zich kan concentreren op waarom hij of zij naar de stad is gekomen: genieten.
Natuurlijk brengt zo'n feestweek ook uitdagingen met zich mee.
Wie in het centrum woont, beleeft deze dagen anders dan wie alleen voor een concert komt. Er is meer verkeer, meer volk en minder stilte. Dat hoort bij een evenement van deze omvang, maar het vraagt ook wederzijds respect. Een bruisende stad kan alleen bestaan wanneer bezoekers beseffen dat achter elke gevel ook mensen wonen.
Deze week kwam daar nog een onverwachte factor bij. Door de aanhoudende droogte besliste de gouverneur dat vuurwerk en andere pyrotechnische effecten tijdelijk niet konden doorgaan. Ook de organisatie van de Lokerse Feesten moest zich aanpassen. Jammer voor wie uitkeek naar een spectaculair slotmoment, maar tegelijk toont het hoe belangrijk het is om tradities af te wegen tegen de omstandigheden van het moment.
Wat mij elk jaar opnieuw opvalt, is iets anders.
Tijdens de feestweek spreken mensen met een zekere trots over Lokeren. Horeca-uitbaters vertellen hoe bezoekers verrast zijn door de gezelligheid van de stad. Vrijwilligers halen herinneringen op aan vorige edities. Inwoners leiden familie of vrienden rond alsof ze hun eigen woonkamer laten zien.
Die fierheid kan je niet organiseren. Ze ontstaat wanneer mensen zich verbonden voelen met de plek waar ze wonen.
Misschien is dat uiteindelijk de grootste opbrengst van deze tien dagen. Niet het aantal bezoekers of verkochte tickets, maar het gevoel dat Lokeren een stad is waar mensen graag tijd doorbrengen. Waar ontmoeting nog vanzelfsprekend is. Waar verenigingen, ondernemers, vrijwilligers en stadsdiensten samen iets mogelijk maken dat groter is dan de som van de delen.
Binnen enkele dagen verdwijnen de podia weer en keert de rust terug. Dat hoort erbij.
Hopelijk blijft er dan vooral één gedachte hangen: een stad leeft niet dankzij een festival. Een festival slaagt omdat het gebouwd wordt op een stad waar mensen zich thuis voelen.
En dat is misschien wel het mooiste compliment dat Lokeren zichzelf kan geven.