Wie vandaag door Koewacht rijdt, ziet nog altijd heel duidelijk waar het dorp historisch rond gegroeid is. De kerk, de omliggende straten, enkele handelszaken en de woningen vormen samen een herkenbaar centrum. Tegelijk is het een plek waar nieuwe kansen liggen: meer groen, ruimte om elkaar te ontmoeten, veilige verbindingen voor fietsers en voetgangers en een inrichting die beter aansluit bij wat inwoners vandaag en morgen nodig hebben. Net daarom vind ik het toekomstplan dat Lokeren samen met Interwaas uitwerkt voor de kerksite interessant. Niet omdat alles wat er was moet verdwijnen, maar omdat deze plek de kans krijgt om opnieuw een sterk dorpshart te worden.
De ambities zijn behoorlijk breed. De zone tussen de Oude Kerkstraat en de Oude Schoolstraat moet groener worden en ruimte bieden voor ontmoeting, spelen, parkeren, veilige fiets- en wandelverbindingen, wateropvang en lokale handel. Het voorste deel van de kerk blijft behouden als herkenbaar element, terwijl achteraan ook wordt onderzocht of er ruimte kan komen voor wonen. Schepen van Gebouwen Peter De Bock omschrijft de ambitie als het creëren van een nieuwe groene ontmoetingsplek die het hart van de buurt versterkt. Dat vind ik ook de juiste insteek: niet vertrekken van de vraag wat we met een oud kerkgebouw moeten aanvangen, maar van de vraag welke plek Koewacht vandaag nodig heeft. Voor het project is 1 miljoen euro inclusief btw voorzien en, als alles volgens planning verloopt, kunnen de werken in 2028 starten.
Eerst duidelijkheid, dan investeren
De timing van dit project is niet toevallig. De toekomst van Koewacht is de voorbije jaren uitvoerig besproken, onder meer door de vraag of het Lokerse deel van Koewacht beter bij Stekene zou aansluiten. In 2025 werd daarover een burgerbevraging georganiseerd. De vooraf vastgelegde drempel werd niet gehaald en dus bleef Koewacht deel uitmaken van Lokeren.
Dat verklaart ook waarom grote investeringen in de kerksite niet eerder werden doorgezet. Zolang er reële onzekerheid bestond over de bestuurlijke toekomst van Koewacht, was het moeilijk om een langetermijnproject uit te werken waarvan niet zeker was of het uiteindelijk nog binnen Lokeren zou vallen. Die onzekerheid is ook de reden waarom de plannen tijdens de vorige legislatuur op pauze werden gezet tot er duidelijkheid was na de fusie. Nu die onzekerheid verdwenen is, verandert ook de context. Er is opnieuw duidelijkheid, en dus ook ruimte om met een langere horizon naar het dorp te kijken.
Een dorp heeft een plek nodig waar het samenkomt
Een dorpskern is meer dan een verzameling gebouwen. Het is de plek waar iemand snel nog een boodschap doet, waar kinderen passeren, waar mensen elkaar toevallig tegenkomen en waar verenigingen of handelaars mee voor leven zorgen. Zulke plekken blijven belangrijk, ook wanneer de functies in een dorp doorheen de jaren veranderen. Wie wil dat Koewacht aantrekkelijk blijft om te wonen, moet daarom niet alleen nadenken over woningen en verkeer, maar ook over de vraag waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Een groene en bruikbare omgeving rond de kerk kan daarin een veel grotere rol spelen dan de oppervlakte van het project doet vermoeden.
Het is daarom goed dat het plan niet vertrekt vanuit één enkele functie. Een plein zonder parkeerplaatsen kan mooi ogen, maar moeilijk zijn voor lokale handel en bewoners. Een parking zonder groen of verblijfsruimte is dan weer weinig aantrekkelijk als dorpscentrum. Alleen woningen toevoegen zou evenmin volstaan. De uitdaging is net om bereikbaarheid, groen, ontmoeting, spelen, handel en mogelijk wonen op een evenwichtige manier samen te brengen. Als dat goed gebeurt, ontstaat geen verzameling losse ingrepen, maar een plek waar verschillende generaties en functies elkaar kunnen versterken.
Koewacht mag mee vorm geven aan de plek
Belangrijk is ook dat inwoners via het participatieplatform van de stad hun opmerkingen en ideeën kunnen meegeven. Dat is meer dan een formele stap. Wie vlak bij de kerk woont, er dagelijks passeert of er een zaak uitbaat, kent de plek op een andere manier dan wie ze alleen van een plan kent. Waar ontstaan vandaag verkeersproblemen? Welke parkeerplaatsen zijn echt nodig? Waar ontbreekt schaduw? Welke doorgang gebruiken kinderen of fietsers? Zulke kennis kan een ontwerp sterker en praktischer maken.
Participatie betekent natuurlijk niet dat iedereen uiteindelijk zijn zin krijgt. Sommige bewoners zullen meer parkeerplaatsen willen, anderen vooral groen of minder verkeer. Ook over mogelijke woningen kunnen verschillende meningen bestaan. Dat is normaal. Het stadsbestuur moet uiteindelijk keuzes maken en verschillende belangen tegen elkaar afwegen. Maar als inwoners vroeg genoeg kunnen meedenken en achteraf ook zien wat met hun inbreng gebeurde, ontstaat een plan dat niet alleen technisch klopt, maar ook beter gedragen wordt.
Een investering die meer moet doen dan mooi ogen
Met een budget van 1 miljoen euro mag de lat ook voldoende hoog liggen. Een mooie inrichting alleen is niet genoeg. De vraag is of de plek na de heraanleg daadwerkelijk meer gebruikt wordt, of ze lokale handel ondersteunt, of kinderen en ouderen er veilig kunnen verblijven en of de omgeving aangenamer wordt voor wie er woont. Daar zit voor mij ook de meerwaarde van samenwerking met Interwaas. Die organisatie heeft ervaring met dergelijke herontwikkelingsprojecten en kan helpen om erfgoed, mobiliteit, groen en publieke ruimte niet als afzonderlijke dossiers te bekijken.
Tegelijk moeten we realistisch blijven over de timing. 2028 klinkt nog ver weg, maar voor een project met ontwerpwerk, vergunningen, aanbesteding en technische voorbereiding is dat geen uitzonderlijke termijn. Belangrijker is dat de tussenliggende periode goed wordt gebruikt: om keuzes te verfijnen, inwoners te betrekken en ervoor te zorgen dat het uiteindelijke ontwerp uitvoerbaar en financieel beheersbaar blijft. Een goed voorbereid project heeft meer kans om jarenlang mee te gaan dan een snelle oplossing die achteraf voortdurend moet worden aangepast.
Voor mij is dat de echte betekenis van dit dossier. De discussie over waar Koewacht bestuurlijk thuishoort, heeft de voorbije jaren veel aandacht gekregen en maakte grote langetermijninvesteringen moeilijk. Die periode ligt nu achter ons. Koewacht maakt deel uit van Lokeren en dus is het logisch dat we nu opnieuw met vertrouwen investeren in de toekomst van het dorp. Niet door zijn karakter uit te wissen, maar door herkenbare elementen te behouden en tegelijk ruimte te maken voor nieuwe functies.
Als dat lukt, kan de kerksite meer worden dan een mooi heraangelegd plein. Ze kan opnieuw een plek worden waar het dorp samenkomt, waar handel en ontmoeting elkaar versterken en waar inwoners voelen dat er met hun omgeving vooruit wordt gedacht. Na jaren waarin eerst duidelijkheid nodig was, is het goed dat die volgende stap nu gezet wordt. Niet overhaast, maar wel met ambitie. Koewacht weet waar het bestuurlijk thuishoort. Nu kunnen we vooral werk maken van de vraag hoe het er morgen wil uitzien.