Overslaan naar inhoud

De moeilijke situatie van onze aardappelboeren verdient meer respect

19 april 2026 in
Robby De Caluwé

Gisteren startte de Week van de Aardappel. Dat is een goed moment om stil te staan bij iets wat we te vaak als vanzelfsprekend beschouwen. De aardappel ligt hier bijna achteloos op ons bord. In frieten, puree of gewoon gekookt. Maar achter die gewone aardappel zit vandaag een boer met een bijzonder moeilijke job.

Ik vind dat we daar eerlijk over moeten zijn. (Aardappel)boeren staan al langer onder druk. Ze moeten investeren, risico nemen, inspelen op strengere regels, omgaan met grillig weer en tegelijk hopen dat ze aan het einde van de rit nog een faire prijs krijgen voor hun werk. Voor wie niet op het veld staat, blijft dat vaak onzichtbaar. Maar het is wel de realiteit.

Ook in en rond Lokeren voelen we dat. Wie door onze open ruimte rijdt, ziet niet alleen percelen en tractors. Je ziet ook ondernemerschap, familiewerk en vakkennis. Je ziet mensen die vroeg opstaan, plannen op lange termijn maken en toch nooit zeker zijn van wat een seizoen zal brengen. Een paar weken te veel regen, een periode van droogte op het verkeerde moment, stijgende kosten voor energie, machines of gewasbescherming: het is genoeg om een heel jaar op losse schroeven te zetten.

En dan is er nog iets anders. De aardappelboer draagt vaak het grootste risico, maar heeft lang niet altijd de sterkste positie in de keten. Tussen wat op het veld gebeurt en wat wij in de winkel betalen, zitten veel schakels. Net daar wringt het. Wie produceert, zou ook een eerlijke kans moeten krijgen om daar de vruchten van te plukken. Dat is geen links of rechts verhaal. Dat is gewoon gezond verstand.

Als liberaal geloof ik sterk in ondernemerschap. Maar dan moet de spelregel wel eerlijk zijn. Een boer is geen decorstuk in ons landschap. Een boer is een ondernemer. Iemand die investeert, personeel inschakelt, leningen aangaat, werkt met marges en afhankelijk is van omstandigheden die hij of zij niet volledig in de hand heeft. Precies daarom moeten we landbouw ook ernstig nemen in ons lokaal beleid.

Ik ben dan ook blij dat we in onze eigen beleidslijn duidelijk zeggen dat land- en tuinbouwers volwaardige ondernemers zijn. We willen ruimte behouden voor lokale landbouw, de korte keten versterken en landbouwgrond beschermen tegen versnippering en verstedelijking. We willen ook rechtszekerheid bieden aan landbouwers en aandacht hebben voor het onderhoud van landelijke wegen en waterlopen. Dat zijn geen details. Dat zijn voorwaarden om een landbouwbedrijf werkbaar te houden

Want daar begint het uiteindelijk: bij respect. Respect in woorden, maar vooral in keuzes. Als we het belangrijk vinden dat voedsel niet van overal moet komen. Als we het belangrijk vinden dat open ruimte open ruimte blijft. Als we het belangrijk vinden dat er in onze streek nog landbouwkennis, productie en werkgelegenheid aanwezig zijn. Dan moeten we ook durven kiezen voor beleid dat die landbouw niet wegduwt, maar ondersteunt.

Dat betekent voor mij niet dat een lokaal bestuur alles kan oplossen. Natuurlijk niet. De grote prijsvorming wordt niet in het stadhuis beslist. Europese regels evenmin. Maar lokaal kunnen we wel het verschil maken in houding en in randvoorwaarden. Door landbouwgrond te beschermen. Door niet lichtzinnig om te springen met herbestemmingen. Door kansen te geven aan korte keten en lokale markten. Door infrastructuur op orde te houden. Door landbouw niet alleen te bekijken als iets waar regels op moeten worden geplakt, maar ook als een sector die toekomst verdient.

Ik merk trouwens dat veel mensen daar meer begrip voor hebben dan soms wordt gedacht. Inwoners willen weten waar hun eten vandaan komt. Ze willen lokale producten kopen. Ze willen kwaliteit. Ze willen ook dat hun stad en deelgemeenten hun eigen karakter behouden. Wel, dan hoort landbouw daar gewoon bij. Niet als folklore, maar als levende economische activiteit.

Misschien is dat wel de kern van het hele verhaal. We praten vaak over duurzaamheid, over veerkracht en over lokaal verankerde economie. Aardappelboeren brengen dat elke dag in de praktijk. Alleen verdienen ze daarvoor meer erkenning dan ze vandaag krijgen. Minder snelle oordelen. Minder gemakzucht. Meer respect voor de complexiteit van hun werk.

De Week van de Aardappel hoeft dus voor mij geen gezellige campagne alleen te zijn. Ze mag ook een wake-upcall zijn. Achter elke zak aardappelen zit een verhaal van arbeid, onzekerheid en doorzettingsvermogen. Dat mogen we best wat vaker benoemen. Zeker hier, waar landbouw nog deel uitmaakt van wie we zijn.

En misschien begint dat respect met iets heel eenvoudigs: bewust stilstaan bij wat er op je bord ligt.

Uitsmijter: geplette aardappelen uit de oven

Mijn favoriete simpele aardappelgerecht? Kook kleine aardappelen gaar in de schil, giet ze af en leg ze op een bakplaat. Plet ze voorzichtig met een glas of vork, besprenkel met olijfolie, kruid met peper, zout en een beetje rozemarijn, en zet ze nog 25 minuten in een hete oven tot ze goudbruin en krokant zijn. Werk af met wat grof zeezout en serveer met een lepel plattekaas met bieslook. Eenvoudig, eerlijk en heerlijk. Eigenlijk zoals een goede aardappel zelf.

Deel deze post
Labels
Archief
Brandweerpost Moerbeke: van “zwarte zone” naar zekerheid, en nu naar een definitieve thuis