De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen blijft de politieke agenda beheersen. De federale regering beperkt de duur van de uitkeringen om meer mensen sneller richting werk begeleiden. Tegelijk waarschuwen mensenrechtenexperts dat hervormingen zorgvuldig moeten worden getoetst aan hun maatschappelijke impact. Dat debat verdient meer nuance dan slogans. Het gaat uiteindelijk over de vraag hoe we een sociaal systeem organiseren dat zowel rechtvaardig als duurzaam is.
Een sociaal model onder druk
België kent al jarenlang een relatief lage werkzaamheidsgraad in vergelijking met verschillende andere Europese landen. Tegelijk stijgt de druk op de overheidsfinanciën door de vergrijzing, de oplopende pensioenuitgaven en de hoge overheidsschuld.
Daar komt een paradox bij. Heel wat sectoren vinden onvoldoende medewerkers, terwijl een aanzienlijke groep mensen langdurig buiten de arbeidsmarkt blijft. Dat is nefast voor onze economie, maar ook voor de betrokken mensen zelf. Langdurige werkloosheid vergroot immers het risico op sociale uitsluiting en vermindert de kansen om opnieuw aan de slag te gaan.
Vanuit die vaststelling besliste de federale regering om de duur van de werkloosheidsuitkering te beperken en sterker in te zetten op activering. Tegelijk waarschuwde het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens dat zulke hervormingen zorgvuldig moeten worden geëvalueerd en dat de impact op kwetsbare groepen voldoende in kaart moet worden gebracht. Beide vaststellingen verdienen aandacht.
Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid
Liberalisme vertrekt vanuit vertrouwen in mensen. Wie kan werken, verdient de kans én de stimulans om dat ook te doen. Werk is immers veel meer dan een inkomen. Het biedt zelfstandigheid, sociale contacten, persoonlijke ontwikkeling en perspectief.
Dat betekent niet dat iedereen dezelfde mogelijkheden heeft. Gezondheid, opleiding, leeftijd of persoonlijke omstandigheden kunnen een grote invloed hebben op iemands positie op de arbeidsmarkt.
Daarom moet een sociaal systeem tegelijk twee doelstellingen nastreven. Het moet mensen beschermen wanneer het echt nodig is, maar het mag geen situatie creëren waarin langdurige afhankelijkheid de norm wordt.
Sociale zekerheid is een vangnet, geen eindbestemming.
De economische realiteit kunnen we niet negeren
Een hoge werkzaamheidsgraad is geen ideologisch doel, maar een economische noodzaak.
Elke extra werknemer draagt bij aan de financiering van onze gezondheidszorg, pensioenen, onderwijs en sociale bescherming. Wanneer te weinig mensen werken, komt de betaalbaarheid van dat hele systeem onder druk te staan.
Voor ondernemingen is een krappe arbeidsmarkt vandaag één van de grootste groeibelemmeringen. Vacatures blijven maanden openstaan. Bedrijven stellen investeringen uit omdat ze onvoldoende personeel vinden. Dat remt innovatie, economische groei en uiteindelijk ook de koopkracht.
Een hervorming die meer mensen succesvol naar werk begeleidt, versterkt dus niet alleen de begroting, maar ook onze economische veerkracht.
Dat vraagt echter meer dan een beperking van uitkeringen alleen. Investeren in opleiding, begeleiding, omscholing en levenslang leren blijft minstens even belangrijk.
Een humane hervorming is ook een sterke hervorming
Critici wijzen terecht op de risico's van een te snelle of te strenge hervorming.
Niet iedereen die langdurig werkloos is, kiest bewust voor die situatie. Sommige mensen kampen met gezondheidsproblemen, een beperkte scholing of een moeilijke regionale arbeidsmarkt. Anderen zorgen voor familieleden of botsen op leeftijdsdiscriminatie.
Wanneer hervormingen onvoldoende rekening houden met dergelijke situaties, dreigen ze mensen verder in de problemen te brengen zonder hun kansen op werk daadwerkelijk te vergroten.
Een liberale overheid mag streng zijn, maar moet ook eerlijk blijven.
Dat betekent dat rechten en plichten hand in hand gaan. Wie ondersteuning krijgt, mag verwachten dat de overheid maximaal investeert in begeleiding. Omgekeerd mag de overheid ook verwachten dat wie kan werken, actief meewerkt aan zijn of haar traject richting werk.
België heeft nood aan een efficiënter arbeidsmarktbeleid
Onze complexe staatsstructuur maakt arbeidsmarktbeleid niet eenvoudiger.
De federale overheid beslist over de sociale zekerheid, terwijl de gewesten grotendeels verantwoordelijk zijn voor arbeidsbemiddeling en opleiding. Daardoor ontstaat soms versnippering, waarbij verantwoordelijkheden verdeeld zijn maar resultaten onvoldoende worden opgevolgd.
Een performante overheid moet niet noodzakelijk groter worden, wel slimmer samenwerken.
Gegevensuitwisseling tussen overheden kan beter. Opleidingstrajecten moeten sneller aansluiten bij knelpuntberoepen. Werkzoekenden verdienen een persoonlijke aanpak in plaats van een administratief standaardtraject.
Efficiënt bestuur betekent niet besparen om te besparen. Het betekent publieke middelen inzetten waar ze het meeste maatschappelijke rendement opleveren.
Hervormen zonder mensen uit het oog te verliezen
Het debat over werkloosheidsuitkeringen wordt vaak voorgesteld als een keuze tussen hard of zacht beleid. Dat is een valse tegenstelling.
Een sterk sociaal model beschermt mensen die tijdelijk ondersteuning nodig hebben, maar helpt hen vooral opnieuw vooruit. Dat lukt alleen wanneer activering, opleiding en economische groei samen worden bekeken.
Werk moet lonen. Ondernemen moet worden aangemoedigd. Maar wie tijdelijk uit de boot valt, mag niet worden afgeschreven.
Net daarin schuilt volgens mij de kracht van een modern liberalisme. Niet kiezen tussen economie en menselijkheid, maar beide versterken.
Als België erin slaagt meer mensen duurzaam aan het werk te krijgen én tegelijk een degelijk sociaal vangnet te behouden, winnen uiteindelijk niet alleen de begroting en de arbeidsmarkt, maar de hele samenleving.