Overslaan naar inhoud

Vrouwendag is geen symboolpolitiek. Het is een test voor een vrije samenleving.

8 maart 2026 in
Robby De Caluwé

Internationale Vrouwendag is geen ritueel voor wie graag de juiste dingen zegt. Het is een ongemakkelijke maar noodzakelijke vraag aan onze samenleving: menen we het echt met vrijheid, veiligheid en gelijke kansen, of alleen zolang het abstract blijft?

Elk jaar duikt dezelfde reflex op. Is Internationale Vrouwendag nog wel nodig? Zijn we niet al ver genoeg geraakt? Hebben vrouwen vandaag niet dezelfde rechten als mannen?

Dat is de verkeerde vraag.

De echte vraag is of rechten die op papier bestaan ook in het echte leven vanzelfsprekend zijn. En het antwoord daarop is nog altijd te vaak nee.

Ik zeg dat niet als iemand die in de plaats van vrouwen wil spreken. Integendeel. Als man past daar net enige bescheidenheid. Ik weet niet beter dan vrouwen zelf wat zij meemaken. Maar bescheidenheid is iets anders dan onverschilligheid. Zwijgen is geen neutrale houding wanneer je ziet dat vrijheid, veiligheid en autonomie nog altijd ongelijk verdeeld zijn.

Dat is precies waarom Vrouwendag nodig blijft.

Niet omdat vrouwen een aparte categorie zijn die af en toe wat extra aandacht verdient. Wel omdat de manier waarop een samenleving met vrouwen omgaat veel zegt over hoe ernstig ze vrijheid eigenlijk neemt. Een land dat zichzelf modern en vrij noemt, kan niet wegkijken van geweld tegen vrouwen, van onveiligheid in de publieke ruimte, van online vernedering, van economische kwetsbaarheid of van politieke terughoudendheid zodra vrouwelijke autonomie concreet wordt.

Vrijheid is pas geloofwaardig als ze ook geldt wanneer het moeilijk wordt.

Veiligheid is pas echt als vrouwen hun gedrag niet voortdurend moeten aanpassen.

Gelijke kansen zijn pas meer dan een slogan als inkomen, gezondheid, onderwijs en zelfbeschikking niet afhangen van je geslacht, je omgeving of je portemonnee.

Dat is voor mij de kern.

Te vaak wordt Vrouwendag herleid tot symboliek. Een boodschap op sociale media. Een obligate foto. Een reeks goedbedoelde woorden die de volgende dag alweer vergeten zijn. Daar heeft niemand iets aan. Wat telt, is niet dat we één dag per jaar het juiste sentiment uitspreken. Wat telt, is of we bereid zijn te erkennen dat er nog altijd structurele ongelijkheden bestaan, ook in een land dat zichzelf graag vooruitstrevend noemt.

België is geen achterlijk land. Er is vooruitgang geboekt en dat moet ook gezegd worden. Maar vooruitgang is geen eindpunt. Het feit dat er rechten bestaan, betekent nog niet dat het debat voorbij is. Het feit dat er bescherming is, betekent nog niet dat iedereen zich beschermd voelt. Het feit dat vrouwen formeel gelijk zijn, betekent nog niet dat die gelijkheid in het dagelijkse leven overal even tastbaar is.

Dat zie je net op de meest fundamentele punten.

Veiligheid is nog altijd geen evidentie. Voor veel vrouwen hoort waakzaamheid bij het gewone leven. Niet omdat ze dat kiezen, maar omdat de realiteit hen daartoe dwingt. Omwegen maken, sleutels in de hand houden, een bericht sturen bij aankomst, gedrag inschatten, situaties vermijden. Dat soort permanente alertheid is geen detail. Het is een beperking van vrijheid.

Autonomie blijft ook onderwerp van discussie zodra het over het lichaam van vrouwen gaat. Dat blijft opmerkelijk. In een liberale rechtsstaat zou zelfbeschikking geen half toegekend principe mogen zijn. Vrijheid die alleen zonder aarzeling wordt verdedigd wanneer ze niemand ongemakkelijk maakt, is een zwakke vorm van vrijheid.

En dan is er nog de sociale realiteit. Wie spreekt over gelijke kansen, moet ook durven kijken naar alleenstaande moeders, naar vrouwen in precaire jobs, naar pensioenongelijkheid, naar de drempels in gezondheidszorg en geestelijke zorg. Gelijkheid zonder aandacht voor economische onafhankelijkheid blijft onvolledig. Je bent niet echt vrij wanneer je formeel rechten hebt, maar in de praktijk te kwetsbaar staat om ze voluit te gebruiken.

Daarom stoort het mij wanneer Vrouwendag wordt weggezet als overbodig, of erger nog, als een soort ideologisch ritueel waar “gewone mensen” zich niets van zouden moeten aantrekken. Dat is een gemakzuchtige reactie. Alsof gelijkheid een nichethema is. Alsof veiligheid voor vrouwen geen maatschappelijke kwestie is. Alsof autonomie iets is dat alleen vrouwen aanbelangt.

Dat klopt niet.

Een samenleving waarin vrouwen zich veiliger voelen, meer regie hebben over hun leven en minder barrières ervaren, is niet alleen beter voor vrouwen. Ze is beter voor iedereen. Vrijheid is geen taart die kleiner wordt als meer mensen er recht op hebben. Veiligheid is geen privilege dat je moet verdienen. Respect is geen gunst.

Misschien is dat wat mij het meest overtuigt om Vrouwendag ernstig te nemen: het gaat uiteindelijk niet over vrouwen als aparte groep, maar over de kwaliteit van onze democratische cultuur. Over de vraag of we bereid zijn om macht, normen en vanzelfsprekendheden kritisch te bekijken. Over de vraag of we echt geloven dat ieder individu dezelfde waardigheid heeft.

Voor mij is de juiste houding daarom niet luidruchtig, maar helder.

Niet spreken in de plaats van vrouwen.

Niet doen alsof dit alleen hun strijd is.

Niet wegkijken uit schrik om iets verkeerd te zeggen.

Wel luisteren.

Wel erkennen.

Wel mee verantwoordelijkheid nemen.

Dat is geen heldendaad. Dat is het minimum.

Internationale Vrouwendag blijft dus nodig. Niet omdat vrouwen zwak zouden zijn. Niet omdat mannen zich een dag per jaar moreel moeten opwerken. En niet omdat symbolen op zichzelf de wereld veranderen.

Wel omdat een vrije samenleving zichzelf af en toe moet durven toetsen aan de werkelijkheid.

En omdat die werkelijkheid ons nog altijd zegt dat vrijheid, veiligheid en gelijkheid voor vrouwen niet vanzelfsprekend genoeg zijn.

Deel deze post
Archief
Iran, Trump en de illusie van vrijheid per raket