Wie vandaag zijn energiefactuur bekijkt, heeft waarschijnlijk weinig behoefte aan nog een nieuwe term uit de Wetstraat. Toch verdient de Vlaamse energietaxshift aandacht. Vanaf 2028 wil Vlaanderen een aantal kosten verschuiven van elektriciteit naar fossiele brandstoffen zoals aardgas en stookolie. Het idee daarachter is logisch: wie een warmtepomp koopt of elektrisch verwarmt, mag niet financieel worden afgestraft omdat allerlei beleidskosten vooral op de elektriciteitsfactuur terechtkomen. Alleen blijkt uit een nieuw advies van de Vlaamse Nutsregulator dat een goed idee nog geen goede regeling maakt.
De frustratie is herkenbaar. Jarenlang kregen gezinnen te horen dat ze moesten isoleren, zonnepanelen leggen, elektrisch rijden en uiteindelijk misschien hun gasketel vervangen door een warmtepomp. Tegelijk is elektriciteit in Vlaanderen volgens de Vlaamse overheid ongeveer vier keer duurder dan aardgas. Wie doet wat het beleid aanmoedigt, krijgt dus een vreemde rekening gepresenteerd.
Een scheve factuur rechttrekken
Daar wil de Vlaamse regering iets aan veranderen. Een aantal kosten voor onder meer warmtekrachtcertificaten, energiepremies en het Energiefonds verschuift vanaf 2028 van elektriciteit naar fossiele verwarmingsbrandstoffen. Daarnaast komt er een extra verlaging van de elektriciteitsfactuur, gefinancierd met toekomstige inkomsten uit het Europese ETS2-systeem. Voor een gezin met een standaardverbruik van 3.500 kWh elektriciteit en 17.000 kWh aardgas zou de operatie bij de start budgetneutraal zijn: ongeveer 85 euro minder voor elektriciteit en 85 euro meer voor aardgas.
Het principe kan ik alleen maar ondersteunen. Elektriciteit wordt steeds belangrijker in onze economie. Niet alleen voor warmtepompen, maar ook voor elektrische auto's en voor bedrijven die hun productie willen verduurzamen. Dan is het weinig verstandig om precies op die energievorm allerlei kosten te blijven stapelen.
Maar budgetneutraal is een verraderlijk woord. Het betekent dat het gemiddelde gezin gemiddeld evenveel betaalt. Het zegt weinig over jouw gezin.
Een gemiddelde woning bestaat niet
De ene Vlaming woont in een recente woning met zonnepanelen en een warmtepomp. De andere kocht twintig jaar geleden een rijhuis met een gasketel die nog perfect functioneert. Een derde huurt een appartement en kan niet eens zelf beslissen over de verwarmingsinstallatie. Toch krijgen ze allemaal met dezelfde verschuiving te maken.
Precies daar waarschuwt de Vlaamse Nutsregulator voor. Volgens zijn berekeningen klopt de belofte van budgetneutraliteit kort na de invoering, maar dreigt een gemiddeld gezin na 2030 voor zijn totale energiefactuur méér te betalen dan zonder de taxshift. Bovendien volstaat de verschuiving volgens de regulator niet om een warmtepomp structureel rendabel te maken.
Dan dreigt een ongemakkelijke situatie. We maken gas duurder om mensen richting elektriciteit te sturen, maar maken het alternatief nog niet aantrekkelijk genoeg. Wie voldoende geld heeft om snel te investeren, kan reageren. Wie dat niet kan, betaalt voorlopig gewoon meer.
Dat is geen detail. Goed klimaatbeleid moet mensen in staat stellen om betere keuzes te maken. Het mag geen systeem worden waarin vooral wie voldoende spaargeld heeft aan de duurdere factuur kan ontsnappen.
De energiefactuur is geen tweede belastingbrief
Er zit nog een fundamenteler probleem in het advies. De Nutsregulator wijst erop dat Vlaanderen bepaalde beleidskosten nog altijd via de distributienettarieven wil financieren. De regulator pleit er al langer voor om zulke kosten via algemene overheidsmiddelen, een afzonderlijke heffing of een transparant tarief te financieren.
Daar heeft hij een punt. Een energiefactuur hoort in de eerste plaats te vertellen hoeveel energie je hebt gebruikt, wat die energie kost en wat het kost om ze tot bij jou te brengen. Wanneer overheden allerlei beleidsdoelstellingen in diezelfde factuur verstoppen, wordt het voor burgers bijna onmogelijk nog te begrijpen waarvoor ze betalen.
Transparantie is ook een vorm van goed bestuur. Als de overheid beslist om premies of klimaatbeleid te financieren, moet ze daar politieke verantwoordelijkheid voor nemen. Zet de kost zichtbaar in de begroting en maak duidelijk wie betaalt. Verstop ze niet in een factuur waarvan bijna niemand de samenstelling nog begrijpt.
Niet iedereen kan morgen een warmtepomp kopen
Voorstanders zullen terecht zeggen dat niets doen evenmin een optie is. Europa voert vanaf 2028 ETS2 in, waardoor fossiele brandstoffen sowieso een CO₂-prijs krijgen. Wie gezinnen daar niet op voorbereidt, riskeert hen later met een nog grotere schok te confronteren. Bovendien moet elektrificatie aantrekkelijker worden als we onze uitstoot willen verminderen.
Dat argument klopt. Maar precies daarom moet het beleid voorspelbaar zijn. Vertel gezinnen ruim vooraf hoe de verhouding tussen gas en elektriciteit zal evolueren. Zorg dat mensen die renoveren weten waarop ze de komende vijftien jaar kunnen rekenen. En besef dat een gasketel vervangen geen beslissing is zoals van telecomabonnement veranderen.
Vrijheid betekent niet dat de overheid nooit richting mag geven. Ze betekent wel dat mensen voldoende tijd, informatie en haalbare alternatieven krijgen om hun eigen keuzes te maken.
Maak de goede keuze ook de voordelige keuze
De energietransitie zal uiteindelijk alleen werken als gezinnen er zelf voordeel in zien. Niet omdat een minister zegt dat een warmtepomp goed is, maar omdat een gezin na het maken van de rekening vaststelt dat de investering verstandig is.
Daarom is het uitgangspunt van de taxshift goed: haal lasten weg van elektriciteit. Maar ga verder. Bekijk kritisch welke beleidskosten überhaupt nog op onze energiefacturen thuishoren. Gebruik publieke middelen gericht om investeringen mogelijk te maken waar de terugverdientijd vandaag nog te lang is. En vermijd vooral dat klimaatbeleid verandert in een eindeloze oefening waarbij de overheid kosten van het ene vakje naar het andere verschuift.
Een energietransitie die mensen armer maakt, zal vroeg of laat haar draagvlak verliezen. Een transitie waarbij zuiniger, schoner en slimmer uiteindelijk ook goedkoper wordt, kan zichzelf versterken.
Dat zou de ambitie moeten zijn: niet mensen dwingen de juiste keuze te maken, maar ervoor zorgen dat de juiste keuze vanzelf steeds aantrekkelijker wordt.