Overslaan naar inhoud

Klimaatbeleid werkt pas als onze economie het kan dragen

14 augustus 2026 in
Robby De Caluwé

Europa zucht deze zomer onder de hitte. West-Europa kende de warmste juni en juli sinds het begin van de metingen, droogte teistert verschillende regio's en bosbranden laaien opnieuw op. Wie na zo'n zomer nog beweert dat klimaatverandering een theoretisch probleem voor binnen enkele decennia is, maakt het zichzelf wel erg gemakkelijk. Maar ook de omgekeerde reflex helpt ons niet vooruit: elke hittegolf aangrijpen om nog meer regels, verboden en belastingen te eisen. Goed klimaatbeleid begint niet bij schuldgevoel, maar bij de vraag welke maatregelen werkelijk resultaat opleveren.

Die vraag wordt belangrijker nu Europa zijn klimaatambities verder heeft aangescherpt. Sinds april ligt wettelijk vast dat de Europese Unie haar netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2040 met 90 procent wil verminderen tegenover 1990. Daarvan moet minstens 85 procent binnen Europa zelf worden gerealiseerd; voor maximaal 5 procent kunnen hoogwaardige internationale koolstofkredieten worden gebruikt. Tegen 2050 blijft klimaatneutraliteit het einddoel. Dat is ambitieus, maar de ingebouwde flexibiliteit toont ook dat Europa stilaan beseft dat klimaatbeleid niet alleen ecologisch, maar ook economisch uitvoerbaar moet zijn.

Niet kiezen tussen economie en klimaat

Voor liberalen hoeft klimaatbeleid geen ongemakkelijke bijzaak te zijn. Integendeel. Een economie die afhankelijk blijft van ingevoerde fossiele brandstoffen is niet alleen vervuilend, maar ook kwetsbaar. We hebben tijdens de energiecrisis gezien hoe snel geopolitieke spanningen zich vertalen in hogere facturen voor gezinnen en bedrijven. Meer eigen elektriciteitsproductie, efficiëntere gebouwen, sterkere netwerken en nieuwe technologie kunnen onze uitstoot verminderen én onze economische onafhankelijkheid vergroten.

Maar dan moet het beleid wel vertrekken van resultaten en niet van symbolen. België heeft bijvoorbeeld nog veel werk voor de boeg. Volgens Europese cijfers bedroeg het aandeel hernieuwbare energie in ons finaal energieverbruik in 2023 amper 14,7 procent. Tegelijk wees de Europese Commissie erop dat elektriciteit voor industriële gebruikers in België relatief duur is ten opzichte van gas. Dat is een vreemde situatie wanneer we bedrijven net willen overtuigen om hun productie te elektrificeren. Een belastingstelsel dat de gewenste technologie duurder maakt dan het alternatief, helpt de klimaattransitie niet vooruit.

De markt is geen vijand

Daar zit volgens mij een belangrijk liberaal verschil. De overheid moet richting geven, maar hoeft niet voor elke burger en elk bedrijf te bepalen welke technologie zij precies gebruiken. Een duidelijke prijs op CO₂ is vaak verstandiger dan tientallen afzonderlijke premies, uitzonderingen en verboden. Wie vervuilt, betaalt de maatschappelijke kost. Wie een schonere oplossing vindt, krijgt een economisch voordeel. Vervolgens laat je ondernemers, onderzoekers en consumenten zoeken naar de beste oplossing.

Europa beweegt deels in die richting. Het Europese emissiehandelssysteem geeft CO₂ een prijs en de Commissie stelde in juli nog aanpassingen voor die investeringen in industriële decarbonisering moeten stimuleren zonder de concurrentiekracht uit het oog te verliezen. Ook in de luchtvaart wordt die aanpak gecombineerd met technologische doelstellingen. ReFuelEU Aviation verplicht brandstofleveranciers sinds 2025 om minstens 2 procent duurzame vliegtuigbrandstof bij te mengen; tegen 2030 wordt dat 6 procent en tegen 2050 70 procent. Dat is interessanter dan simpelweg verklaren dat mensen minder moeten vliegen: maak vliegen geleidelijk schoner en laat innovatie mee het verschil maken.

Aanpassen is óók klimaatbeleid

De hitte van deze zomer legt bovendien een blinde vlek bloot. Zelfs als Europa morgen geen gram CO₂ meer uitstoot, verdwijnen de gevolgen van de klimaatverandering niet onmiddellijk. We zullen ons dus ook moeten aanpassen. Steden hebben meer schaduw en groen nodig, water moet beter worden vastgehouden, woningen en woonzorgcentra moeten bestand zijn tegen hitte en onze infrastructuur moet voorbereid zijn op droogte en extreme neerslag.

Dat is misschien minder spectaculair dan grote internationale klimaatbeloftes, maar voor burgers is het minstens even belangrijk. Lokale en regionale besturen kunnen daar bovendien bijzonder concreet het verschil maken. Een boom die een plein verkoelt, een ontharde parkeerzone die regenwater opvangt of een goed ontworpen fietspad levert vandaag al maatschappelijke winst op. Klimaatadaptatie is geen nederlaag of alternatief voor emissiereductie. Het is verstandig risicobeheer.

De kritiek verdient een ernstig antwoord

Tegenstanders van streng klimaatbeleid hebben één belangrijk punt: Europa redt het klimaat niet door zijn eigen industrie weg te jagen. Als een staal-, chemie- of cementfabriek hier sluit en dezelfde productie vervolgens verhuist naar een land met lagere milieunormen, hebben we economisch verloren zonder dat het klimaat daar noodzakelijk beter van wordt. Daarom zijn betaalbare energie, snellere vergunningen en investeringszekerheid geen cadeaus aan de industrie, maar noodzakelijke voorwaarden voor een geloofwaardig klimaatbeleid.

Omgekeerd is niets doen evenmin economisch verantwoord. Hitte, droogte, overstromingen en mislukte oogsten hebben ook een prijs. De recordtemperaturen van deze zomer maken duidelijk dat die rekening niet pas in 2050 komt. Ze wordt vandaag al betaald door landbouwers, bedrijven, verzekeraars, overheden en uiteindelijk door ons allemaal. Economische verantwoordelijkheid betekent dus niet dat we klimaatbeleid afremmen, maar dat we voor elke euro en elke regel durven vragen hoeveel resultaat ze oplevert.

Ambitie zonder dogma's

Een liberaal klimaatbeleid hoeft daarom niet groen of grijs te zijn. Het kan ambitieus én nuchter zijn. Investeer in elektriciteitsnetten, onderzoek en innovatie. Geef kernenergie, hernieuwbare energie en toekomstige technologieën een eerlijke kans. Maak vervuiling duurder zonder energie onbetaalbaar te maken. Schrap regels die nauwelijks emissies besparen en versnel vergunningen voor investeringen die dat wel doen. En investeer tegelijk veel nadrukkelijker in aanpassing aan een klimaat dat nu al verandert.

De keuze is niet tussen economie en klimaat. De echte keuze is tussen slim beleid en duur beleid. Als Europa de klimaattransitie gebruikt om innovatie, energieonafhankelijkheid en nieuwe bedrijvigheid te creëren, kan ze onze welvaart versterken. Als ze verwordt tot een opeenstapeling van belastingen, detailregels en verboden, verliezen we zowel het economische als het maatschappelijke draagvlak.

De thermometer geeft deze zomer een duidelijk signaal. Nu is het aan de politiek om daar geen ideologische strijd van te maken, maar beleid dat werkt.

Deel deze post
Labels
Archief
AI is geen bedreiging voor jobs, wel een test voor ons beleid