Overslaan naar inhoud

Eerlijke concurrentie begint niet bij duurdere pakjes

6 november 2026 in
Robby De Caluwé

Je ziet online een paar schoenen, een telefoonhoesje of een handig huishoudtoestel voor een opvallend lage prijs. Je vergelijkt even, leest enkele beoordelingen en beslist om te bestellen. Enkele dagen later komt het pakje aan, misschien rechtstreeks uit China. Voor veel mensen is dat ondertussen een heel gewone manier van winkelen geworden. Je kunt er iets van vinden, maar het is moeilijk te ontkennen dat internationale webshops consumenten veel meer keuze hebben gegeven. Toch verandert er deze maand iets aan de prijs van die keuze. En dat verdient een genuanceerder debat dan de eenvoudige tegenstelling tussen goedkope Chinese webshops en onze eigen handelaars.

Sinds 1 november geldt een nieuwe Europese afhandelingsvergoeding van twee euro per verschillende productcategorie die via onlinehandel van buiten de Europese Unie wordt ingevoerd. Die komt boven op het forfaitaire invoerrecht van drie euro dat sinds juli voor bepaalde kleine zendingen geldt. Bestel je bijvoorbeeld twee identieke broeken, dan kunnen de vaste Europese heffingen samen vijf euro bedragen. Bestel je een broek en een paar schoenen, dan kan dat tien euro worden. Het gaat dus niet noodzakelijk om een bedrag per fysiek artikel of per pakje. De kosten worden in eerste instantie bij de betrokken invoerder of aangever geïnd, maar kunnen uiteindelijk wel bij de consument terechtkomen. Een bestelling die goedkoop leek, kan daardoor een stuk duurder uitvallen.

Goedkoop heeft soms een verborgen prijs

De Europese bezorgdheid is niet uit de lucht gegrepen. Onze winkels en webshops moeten voldoen aan regels over productveiligheid, consumentenbescherming en milieu. Ze betalen belastingen, organiseren hun administratie en dragen verantwoordelijkheid wanneer er iets misgaat. Tegelijk concurreren ze met aanbieders van buiten Europa die niet altijd aan dezelfde verplichtingen voldoen of bij wie de naleving moeilijker te controleren is. Dat is geen gezonde concurrentie. Een Vlaamse handelaar mag gerust concurrentie krijgen van een buitenlandse webshop, maar het speelveld moet wel eerlijk zijn. Wie producten verkoopt aan Europese consumenten, moet zich aan de toepasselijke Europese regels houden, ongeacht waar zijn onderneming gevestigd is.

Er is bovendien een legitieme reden om de douane meer middelen te geven. Het aantal kleine zendingen dat Europa binnenkomt, is de afgelopen jaren enorm gestegen. Al die pakjes afzonderlijk controleren, is praktisch bijzonder moeilijk. Sommige producten voldoen niet aan de veiligheidsvoorschriften, andere zijn verkeerd aangegeven of blijken namaak. Een overheid die daartegen optreedt, doet precies wat we van haar mogen verwachten: consumenten beschermen en eerlijke concurrentie bewaken. Dat kost geld en personeel. De nieuwe vergoeding is bedoeld om die controles mee te financieren. Op zichzelf is dat dus geen onredelijke doelstelling.

Beschermen is iets anders dan afschermen

Maar hier begint voor mij de belangrijkste discussie. We moeten opletten dat bescherming van consumenten en ondernemingen niet ongemerkt verandert in bescherming tegen concurrentie. Een Europese winkel verdient geen klanten omdat hij Europees is, maar omdat hij een aantrekkelijk product aanbiedt tegen een redelijke prijs, met goede service en betrouwbare garanties. Buitenlandse concurrentie kan onze ondernemingen dwingen om beter te worden. Ze kan nieuwe ideeën, lagere prijzen en meer keuze brengen. Dat is geen bedreiging die we automatisch moeten bestrijden. Een open economie zoals de onze heeft juist veel te danken aan internationale handel.

Tegelijk is de prijs voor consumenten niet onbelangrijk. Voor iemand met een ruim inkomen zal vijf of tien euro extra op een bestelling misschien weinig verschil maken. Voor een gezin dat bewust goedkope schoolspullen, kleding of huishoudartikelen zoekt, kan dat wel degelijk meetellen. We mogen niet doen alsof iedereen zonder moeite wat meer kan betalen om Europese handelaren te ondersteunen. De overheid moet mensen ook niet voorschrijven waar ze hun aankopen behoren te doen. Ze moet ervoor zorgen dat consumenten kunnen kiezen met kennis van zaken, en dat alle aanbieders dezelfde essentiële spelregels respecteren.

Controleer wat fout loopt, niet wie goedkoop verkoopt

Daarom zou ik willen dat we deze maatregel vooral beoordelen op zijn werkelijke resultaten. Worden er meer onveilige producten onderschept? Neemt de fraude af? Kunnen de douanediensten gerichter controleren? En verbetert de concurrentiepositie van ondernemingen die de regels correct naleven? Als dat aantoonbaar gebeurt, is er een verdedigbaar verhaal. Maar als de maatregel vooral leidt tot hogere prijzen zonder betere handhaving, dan hebben we het probleem niet opgelost. Dan hebben we de rekening eenvoudig doorgeschoven. Een vergoeding mag nooit een gemakkelijk alternatief worden voor daadwerkelijk controleren.

Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij de grote internationale verkoopplatformen. Zij beschikken over de technologie, gegevens en schaal om producten en verkopers beter te controleren voordat een bestelling Europa bereikt. Waarom zouden we alle aandacht richten op de consument die een goedkoop product koopt, terwijl de platformen die miljoenen transacties organiseren veel meer mogelijkheden hebben om misbruik te voorkomen? Europa moet zulke ondernemingen aanspreken op hun verplichtingen, informatie uitwisselen tussen douanediensten en controles richten op producten en verkopers met een aantoonbaar risico. Dat is verstandiger dan iedere buitenlandse aankoop bij voorbaat als verdacht te behandelen.

Een sterke economie hoeft niet bang te zijn van keuzevrijheid

Ook onze eigen handelaars kunnen hier sterker uitkomen. Een plaatselijke winkel biedt vaak iets wat een buitenlandse webshop moeilijk kan evenaren: persoonlijk advies, onmiddellijke beschikbaarheid, betrouwbare dienstverlening en iemand die je kunt aanspreken wanneer er iets misgaat. Europese webshops kunnen zich onderscheiden met kwaliteit, snelheid, duidelijke garanties en gespecialiseerde producten. Dat zijn echte concurrentievoordelen. We moeten ondernemingen helpen om die uit te bouwen, onder meer door hun administratieve lasten te verminderen en innovatie mogelijk te maken. Een economie wordt niet sterker door consumenten minder keuze te geven, maar door ondernemingen meer mogelijkheden te bieden om die keuze te verdienen.

De nieuwe Europese vergoeding is dus niet noodzakelijk verkeerd. Betere controles kosten geld en een eerlijk speelveld is belangrijk. Maar de maatregel moet transparant blijven, de opbrengsten moeten hun doel dienen en de resultaten moeten controleerbaar zijn. Consumenten moeten bovendien vóór hun aankoop kunnen zien welke kosten ze uiteindelijk betalen. Laten we de discussie daarom niet voeren alsof goedkoop kopen verkeerd is of buitenlandse concurrentie per definitie oneerlijk. De echte opdracht is een markt waarin veiligheid, duidelijke prijzen en eerlijke concurrentie samengaan. Daar winnen uiteindelijk zowel consumenten als ondernemingen bij.

Deel deze post
Archief
Een regering kan vallen. De factuur blijft.