Overslaan naar inhoud

Een uitkering stoppen is nog geen mens aan het werk helpen

25 september 2026 in
Robby De Caluwé

Stel dat je na jaren werkloosheid een brief krijgt waarin staat dat je uitkering stopt. Misschien ben je 56 en heb je twintig jaar geleden voor het laatst een vaste job gehad. Misschien heb je rugproblemen, spreek je niet vlot Nederlands of ben je na tientallen afwijzingen het vertrouwen kwijtgeraakt dat iemand je nog wil aanwerven. Op papier verandert er op één dag veel: je bent niet langer werkloos met een uitkering. Maar de echte vraag begint pas daarna. Heb je ook opnieuw een job, een inkomen en het gevoel dat je weer mee bent?

Die vraag is bijzonder actueel. De RVA publiceerde op 18 september zijn derde monitoring van de hervorming die werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt. Sinds januari bereikten 99.144 mensen uit de eerste drie groepen het einde van hun recht: 87.788 met een werkloosheidsuitkering en 11.356 met een inschakelingsuitkering. In Vlaanderen gaat het om 23.370 mensen. De cijfers zijn nog voorlopig en de RVA waarschuwt zelf voor snelle conclusies, maar ze tonen wel iets belangrijks: mensen uit een uitkering halen en mensen opnieuw laten deelnemen aan de arbeidsmarkt zijn twee verschillende opdrachten. RVA

De hervorming was nodig

Laat daar voor mij geen misverstand over bestaan. Werkloosheidsuitkeringen onbeperkt in de tijd laten doorlopen was moeilijk te verdedigen. Een werkloosheidsverzekering moet bescherming bieden wanneer iemand zijn job verliest en voldoende tijd geven om opnieuw werk te vinden. Ze mag geen systeem worden waarin langdurige werkloosheid stilaan een permanente toestand wordt. Sinds 1 maart 2026 is het recht voor nieuwe werklozen daarom in principe beperkt in de tijd, afhankelijk van beroepsverleden en duur van de werkloosheid. RVA

Dat is niet alleen een budgettaire kwestie. Werk betekent inkomen, maar ook collega's, structuur, zelfstandigheid en het gevoel dat je talent ergens nodig is. In een land waar ondernemingen nog altijd moeilijk mensen vinden, kunnen we het ons bovendien niet veroorloven om grote groepen mensen jarenlang aan de kant te laten staan. Activeren is daarom geen hardvochtigheid. Goed uitgevoerd is het net sociaal beleid: mensen helpen om opnieuw zelf hun inkomen op te bouwen en meer greep op hun leven te krijgen.

Maar de eerste cijfers moeten ons nederig maken

De cijfers tonen tegelijk dat het niet volstaat om een einddatum op een uitkering te zetten. Van de mensen die sinds januari uit de werkloosheid stroomden, kwam een aanzienlijk deel terecht bij het leefloon: de RVA registreert 43.613 instromers in het leefloon tegenover 99.144 uitstromers uit werkloosheids- en inschakelingsuitkeringen. De RVA benadrukt daarbij terecht dat voor 77,8 procent van de betrokken dossiers de uitstroomrichting voorlopig nog niet definitief bekend is en dat de cijfers nog kunnen evolueren. RVA

Vlaanderen doet het wat de overstap naar werk betreft beter dan de andere gewesten, maar ook hier is er geen reden voor zelfgenoegzaamheid. Van de Vlaamse uitstroom ging volgens de huidige gegevens 16,8 procent naar werk in loondienst. Tegelijk stroomde 13,1 procent richting ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dat eerste cijfer kan de komende maanden nog verbeteren, maar het vertelt vandaag alvast dat een administratieve uitstroom niet automatisch economische vooruitgang betekent. RVA

Mensen zijn meer dan hun statuut

Daar zit volgens mij de volgende hervorming. We zijn in België bijzonder goed geworden in het indelen van mensen: werkend, werkloos, arbeidsongeschikt, leefloongerechtigd. Elk statuut heeft zijn eigen instelling, regels, uitkering en begeleidingslogica. Voor de betrokken persoon verandert het probleem daardoor niet noodzakelijk. Iemand die na vijftien jaar werkloosheid geen werkgever vindt, wordt niet plots makkelijker inzetbaar omdat zijn inkomen voortaan door een OCMW wordt betaald.

We moeten dus veel meer vertrekken van wat iemand nog wél kan. Kan iemand twintig uur per week werken? Welke vaardigheden zijn er? Welke opleiding ontbreekt? Is er een gezondheidsprobleem dat aangepast werk vraagt? Heeft een werkgever begeleiding nodig om iemand een kans te geven? Dat vraagt maatwerk, maar niet noodzakelijk méér bureaucratie. Integendeel: VDAB, OCMW's, ziekenfondsen, werkgevers en opleidingsverstrekkers zouden veel meer rond één traject moeten werken in plaats van mensen van loket naar loket te sturen.

Ook werkgevers moeten ruimte krijgen

Daarbij moeten we ook naar de andere kant van de tafel kijken. We vragen terecht dat langdurig werkzoekenden kansen grijpen, maar dan moeten werkgevers die kansen ook kunnen aanbieden. Een ondernemer zal sneller iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt proberen als de risico's beheersbaar zijn, deeltijds starten eenvoudig kan en administratie beperkt blijft. Wie van een werkgever verwacht dat hij tegelijk opleider, sociaal werker en dossierbeheerder wordt, maakt de stap net moeilijker.

Dat betekent niet dat bedrijven subsidies moeten krijgen voor elke aanwerving. Wel dat we bestaande middelen veel gerichter kunnen inzetten voor opleiding op de werkvloer, tijdelijke begeleiding en het wegwerken van concrete drempels. En vooral: maak werken financieel altijd merkbaar aantrekkelijker dan niet werken. Wie na jaren werkloosheid opnieuw begint, moet vanaf de eerste gepresteerde uren voelen dat die stap hem vooruithelpt. Dat is niet alleen eerlijk, het is ook de beste motivatie om verder te groeien.

Geen cijfers afvinken, maar levens veranderen

Tegenstanders van de hervorming hebben dus een punt wanneer ze zeggen dat het schrappen van een uitkering op zichzelf geen job creëert. Maar daaruit volgt niet dat de oude situatie beter was. Mensen jarenlang in werkloosheid laten zitten omdat activering moeilijk is, is evenmin sociaal. De juiste conclusie is dat we de hervorming nu moeten afmaken.

Meet daarom niet alleen hoeveel mensen uit de werkloosheidsstatistieken verdwijnen. Meet hoeveel mensen zes maanden en een jaar later duurzaam aan het werk zijn, hoeveel meer ze verdienen dan voordien en hoeveel werkgevers erin slagen iemand opnieuw perspectief te geven. Gebruik die gegevens vervolgens om begeleiding bij te sturen. Wat werkt, breiden we uit. Wat mensen alleen van het ene uitkeringsstelsel naar het andere duwt, moeten we durven veranderen.

Een samenleving toont vertrouwen in mensen niet door te beloven dat de overheid altijd hun inkomen zal blijven betalen. Maar evenmin door na het stopzetten van een uitkering te zeggen dat ze het verder zelf maar moeten uitzoeken. Echt vertrouwen betekent verwachten dat mensen stappen zetten én hen de kans geven om die stappen te zetten.

De hervorming van de werkloosheid was dus niet het eindpunt. Ze was het begin. Het echte succes zullen we niet kunnen aflezen aan het aantal geschrapte uitkeringen, maar aan het aantal mensen dat opnieuw kan zeggen: ik heb werk gevonden, ik verdien opnieuw mijn eigen inkomen en ik kan weer vooruit.

Deel deze post
Archief
Maak elektriciteit goedkoper, niet het leven duurder