Overslaan naar inhoud

Een ambassadeur is geen procureur. En België is geen wingewest.

18 februari 2026 in
Robby De Caluwé

Sommige grenzen moet je hard trekken, precies omdat je er inhoudelijk allerlei meningen over kan hebben. Dit is zo’n geval. Of je nu voor of tegen religieuze besnijdenis bent, of je de vervolging van drie mohels in Antwerpen verstandig vindt of niet: een Amerikaanse ambassadeur heeft zich niet te moeien met onze justitie, onze politiek of onze democratische meningsuiting.

Dat is geen detail. Dat is de kern van een rechtsstaat.

Het debat over besnijdenis verdient ernst, geen buitenlandse druk

Religieuze besnijdenis is geen randfenomeen. Ze bestaat binnen het jodendom én in grote delen van de moslimwereld. In veel landen gebeurt ze door een arts, in andere contexten door religieuze officianten. Dat alleen al toont dat dit onderwerp niet past in simplistische frames van “goed” of “fout”.

Maar een moderne liberale rechtsstaat heeft wél één helder kompas: het kind is geen drager van ideologie, maar een individu met rechten. Lichamelijke integriteit, veiligheid en het beperken van risico’s zijn geen “anti-religieuze” standpunten; het zijn basiseisen van degelijk bestuur.

Daarom moeten we dit debat voeren zoals volwassenen:

  • met respect voor geloofsgemeenschappen en tradities,

  • met duidelijke medische en kwaliteitsnormen,

  • en met één simpele vraag als toetssteen: hoe beschermen we minderjarigen, zonder nodeloos te criminaliseren?

Wie enkel in symbolen spreekt, radicaliseert. Wie in regels en garanties spreekt, depolariseert.

Justitie is geen diplomatiek speelveld

Wat nu gebeurt, is institutioneel veel gevaarlijker dan de inhoudelijke discussie over besnijdenis. Wanneer een buitenlandse ambassadeur zich publiek of achter de schermen probeert te mengen in een lopende vervolging, dan raakt dat aan het fundament: onafhankelijkheid van parket en rechtbanken.

In België hoort geen enkele politicus het parket te bellen om een dossier “te regelen”. Dat geldt evenzeer voor een ambassadeur.

Als we dat vandaag normaliseren “omdat het ons inhoudelijk goed uitkomt”, dan zijn we morgen onze geloofwaardigheid kwijt wanneer een andere buitenlandse vertegenwoordiger druk zet in een dossier dat wél iedereen raakt: persvrijheid, cyberveiligheid, economie, defensie, migratie, noem maar op.

Bondgenoten spreken elkaar aan via diplomatieke kanalen, met argumenten. Niet met inmenging. Niet met dreiging. Niet met publieke framing van ons rechtssysteem.

En al zeker niet bepalen wat Belgische politici mogen zeggen

Nog straffer is dat de ambassadeur meent te kunnen oordelen over uitspraken van een Belgisch politicus - Conner Rousseau - en dat er zelfs geflirt wordt met het idee dat hij om die reden de VS niet meer zou binnenmogen.

Laat ons daar glashelder over zijn: in België bepalen kiezers en parlement het politieke debat, niet een buitenlandse diplomaat.

Wie de vrijheid van meningsuiting alleen verdedigt als de mening “juist genoeg” is, verdedigt haar niet. Dan gebruikt men haar als instrument.

Ik kan het inhoudelijk eens of oneens zijn met Rousseau. Maar precies daarom moet het principe overeind blijven: geen buitenlandse sancties of dreigementen als antwoord op Belgische politieke meningsuiting. Dat is onaanvaardbaar tussen bondgenoten.

Het liberale beleid: neutraliteit van de overheid, efficiëntie van de uitgaven

In dit dossier is er wél een concreet, rationeel beleidspunt waarover je niet hoeft te roepen, maar gewoon moet besturen: publiek geld is er voor noodzakelijke zorg, niet voor niet-medische keuzes.

Daarom hebben Goedele Liekens, Jasper Pillen en ik in de vorige legislatuur een wetsvoorstel ingediend om expliciet te maken dat niet-medische besnijdenis niet via de ziekteverzekering terugbetaald kan worden. Dat is intussen ook gerealiseerd: wie een ingreep wil zonder medische indicatie, betaalt die niet door de gemeenschap te laten dragen.

Dat is precies de liberale lijn van Anders.:

  • vrijheid van levensbeschouwing: ja,

  • maar ook verantwoordelijkheid, kinderbescherming en doelmatige besteding van middelen: evenzeer ja.

Slot: dit gaat niet alleen over besnijdenis, dit gaat over wie wij zijn

Je kan uren discussiëren over de grond van de zaak. Dat mag. Dat moet.

Maar er is één discussie die we niet mogen relativeren: België is een rechtsstaat. Onze rechtbanken oordelen zonder buitenlandse druk. Ons politiek debat wordt niet gedicteerd door ambassadeurs.

Vandaag gaat het over drie mohels. Morgen gaat het over iets anders.

Wie vandaag zwijgt omdat het “zijn” kamp goed uitkomt, verliest morgen elk recht om verontwaardigd te zijn wanneer de druk de andere kant op komt.

Dus ja: voer het debat over religieuze besnijdenis eerlijk, zorgvuldig en menselijk.

Maar tegen elke diplomaat — ook een Amerikaanse — zeg ik hetzelfde: bemoei u niet met onze justitie. Bemoei u niet met onze democratie. En bemoei u al helemaal niet met wat Belgische politici wel of niet mogen denken.

Deel deze post
Archief
Een slankere Vlaamse overheid: 5% efficiënter is geen besparing, maar beter bestuur