Overslaan naar inhoud

België is digitaal sterk. Nu moeten we er ook welvaart van maken

9 september 2026 in
Robby De Caluwé

België doet het digitaal beter dan we soms denken. Onze bedrijven gebruiken nieuwe technologie relatief snel, onze digitale overheidsdiensten behoren tot de Europese kopgroep en met onderzoekscentra als Imec beschikken we zelfs over technologie van wereldniveau. Toch waarschuwt de Europese Commissie in haar nieuwste analyse voor een merkwaardige Belgische paradox: we zijn goed in technologie ontwikkelen en toepassen, maar veel minder goed in het laten doorgroeien van innovatieve bedrijven. Dat is jammer, want precies daar wordt uiteindelijk de welvaart van morgen gecreëerd.

We hoeven onszelf niet kleiner te maken dan we zijn

België krijgt vaak kritiek op zijn digitale achterstand. Voor sommige onderdelen is die terecht, maar het volledige beeld is genuanceerder. De Europese Commissie noemt onze digitalisering van bedrijven geavanceerd en onze digitale publieke dienstverlening zelfs bijzonder sterk. België beschikt bovendien over een innovatief ecosysteem rond halfgeleiders, artificiële intelligentie, kwantumtechnologie en edge computing. Met Imec hebben we een onderzoekscentrum dat internationaal aan de absolute top staat.

Ook ondernemingen hebben de omslag duidelijk ingezet. In 2023 gebruikte al 47,7 procent van de Belgische bedrijven cloudtechnologie en 44,5 procent data-analyse, beide boven het toenmalige Europese gemiddelde. Het gebruik van artificiële intelligentie lag met 13,8 procent eveneens duidelijk hoger dan het Europese gemiddelde van 8 procent. Intussen gaat de evolutie snel verder: in 2026 gebruikt bijna één op vijf Europese ondernemingen AI.

Dat is goed nieuws. Digitalisering kan onze productiviteit verhogen op een moment dat België daar bijzonder veel behoefte aan heeft. Door de vergrijzing zullen we economische groei steeds minder kunnen realiseren door simpelweg meer mensen aan het werk te zetten. We zullen dus ook slimmer moeten werken.

Technologiebeleid is economisch beleid

Daarom vind ik het vreemd dat digitalisering nog geregeld wordt behandeld als een apart beleidsdomein voor IT-specialisten. Artificiële intelligentie, automatisering en data zijn vandaag evenzeer economisch beleid als fiscaliteit, energie of arbeidsmarktbeleid.

Een kleine onderneming die haar administratie automatiseert, kan met dezelfde mensen meer klanten bedienen. Een ziekenhuis dat gegevens slimmer gebruikt, kan personeel meer tijd bij patiënten laten besteden. Een overheid die informatie maar één keer opvraagt en vervolgens veilig tussen diensten uitwisselt, bespaart zowel burgers als ambtenaren tijd.

Dat laatste is trouwens een terrein waarop België al goed scoort. Onze digitale dienstverlening voor bedrijven en onze e-gezondheidsdiensten worden door Europa expliciet als sterke punten genoemd. Dat moeten we verder uitbouwen. Digitalisering van de overheid mag echter nooit betekenen dat we een ingewikkelde papieren procedure gewoon op een scherm zetten. De echte winst ontstaat wanneer we de procedure zelf eenvoudiger maken.

Onze zwakke plek zit bij de mensen

Technologie alleen volstaat natuurlijk niet. De opvallendste waarschuwing uit het rapport gaat daarom misschien wel over mensen. België kampt met een tekort aan ICT-specialisten en met lacunes in digitale vaardigheden, onder meer bij ouderen en vrouwen. Europees vertegenwoordigen ICT-specialisten amper 5 procent van alle werkenden, terwijl de doelstelling voor 2030 10 procent bedraagt. Minder dan één op vijf van die specialisten is bovendien vrouw.

Dat probleem lossen we niet op met nog een subsidieprogramma. Onderwijs, arbeidsmarkt en ondernemingen moeten veel sterker op elkaar aansluiten. Jongeren moeten digitale vaardigheden meekrijgen, maar ook werknemers moeten tijdens hun loopbaan kunnen bijleren. Niet iedereen moet programmeur worden. Wel zal bijna iedereen moeten leren werken in een omgeving waarin AI en data steeds vanzelfsprekender worden.

Daar zit ook een sociale dimensie aan. Wie digitale vaardigheden mist, dreigt steeds moeilijker toegang te krijgen tot jobs en dienstverlening. Een liberale samenleving creëert kansen, maar moet er ook voor zorgen dat mensen de vaardigheden kunnen verwerven om die kansen te grijpen. Levenslang leren is daarom geen luxe voor hoogopgeleiden, maar steeds meer een voorwaarde voor echte keuzevrijheid.

Waarom groeien onze kampioenen zo moeilijk?

Het tweede probleem is economisch misschien nog belangrijker. De Commissie stelt vast dat innovatieve Belgische ondernemingen moeilijkheden blijven ondervinden om op te schalen en hun groeipotentieel te benutten. België had in 2025 naar schatting acht zogenaamde unicorns, jonge technologiebedrijven met een waardering van minstens één miljard dollar. We creëren dus wel degelijk succesvolle bedrijven, maar te weinig ervan groeien hier uit tot internationale spelers.

Dat probleem begint niet bij een gebrek aan subsidies. België heeft in zijn digitale routekaart 128 maatregelen opgenomen met een budget van 664 miljoen euro. Via het herstelplan gaat bovendien ongeveer 1,3 miljard euro naar digitale transformatie. Publieke investeringen kunnen zinvol zijn voor onderzoek, infrastructuur en opleiding, maar uiteindelijk moet een bedrijf klanten, kapitaal en talent kunnen vinden.

Daarom moeten we veel nadrukkelijker kijken naar wat groei vandaag belemmert: complexe regelgeving, hoge lasten op gespecialiseerd personeel, een versnipperde Europese kapitaalmarkt en procedures die een klein bedrijf nog kan dragen, maar bij snelle internationale groei steeds zwaarder beginnen te wegen.

Vrijheid én bescherming

Er is uiteraard ook een andere kant. Nieuwe technologie creëert risico's. AI kan fouten maken, persoonsgegevens verkeerd gebruiken en bestaande vooroordelen versterken. Belgische burgers zijn daar niet blind voor. Tachtig procent vindt dat AI zorgvuldig gereguleerd moet worden, zelfs wanneer dat beperkingen oplegt aan ontwikkelaars. Privacy en veiligheid worden zelfs door 93 procent als digitale topprioriteit beschouwd.

Die bezorgdheid is terecht. Liberalisme betekent niet dat technologiebedrijven alles mogen omdat innovatie belangrijk is. Mensen moeten eigenaar blijven van hun keuzes en rechten. Maar regelgeving moet risico's aanpakken, niet innovatie op voorhand verdacht maken. Een medische AI-toepassing vraagt logischerwijs strengere waarborgen dan software die een vergadering samenvat.

Van digitale koploper naar economische winnaar

België hoeft dus niet aan een digitale inhaalrace te beginnen. We staan op verschillende terreinen al verrassend sterk. Onze opdracht is moeilijker: van technologische sterkte economische en maatschappelijke winst maken.

Dat betekent investeren in digitale vaardigheden en onderzoek, maar ook durven vereenvoudigen. Geef innovatieve bedrijven ruimte om hier te groeien. Zorg dat gespecialiseerd talent niet fiscaal wordt weggejaagd. Gebruik AI om de overheid zelf productiever te maken. Bescherm privacy en fundamentele rechten waar dat nodig is, maar maak van regelgeving geen doel op zich.

We hebben de technologie. We hebben het onderzoek. We hebben ondernemers die ermee aan de slag willen.

De volgende stap is ervoor zorgen dat goede Belgische ideeën niet alleen hier worden geboren, maar hier ook kunnen uitgroeien tot bedrijven die jobs, productiviteit en welvaart creëren. Misschien is dat wel de belangrijkste digitale doelstelling die we onszelf kunnen stellen.

Landenverslag van België over het digitale decennium

Deel deze post
Archief
Klimaatbeleid werkt pas als onze economie het kan dragen