Overslaan naar inhoud

Als de overheid haar controles niet op orde krijgt, betaalt iedereen de rekening

30 oktober 2026 in
Robby De Caluwé

Stel je twee mensen voor die allebei al twee jaar arbeidsongeschikt zijn. De ene kampt met een zware depressie, volgt een behandeling en probeert opnieuw grip te krijgen op zijn leven. De andere is voldoende hersteld om te werken, maar ontvangt ten onrechte nog altijd een ziekte-uitkering. Beiden staan in de statistieken als langdurig ziek geregistreerd, maar hun situatie is fundamenteel verschillend. De eerste verdient bescherming en begeleiding, bij de tweede moet de overheid ingrijpen. Wanneer ze dat onderscheid onvoldoende kan maken, ontstaat de verleiding om voor iedereen dezelfde beperking in te voeren. En precies daar loopt het volgens mij steeds vaker fout in ons beleid.

Die discussie is bijzonder actueel. Binnen de federale begrotingsonderhandelingen ligt een voorstel op tafel om de ziekte-uitkering bij burn-out of depressie na twee jaar stop te zetten. Koen Lowet, expert geestelijke gezondheid bij CM, waarschuwde deze week terecht dat herstel zich niet laat forceren. Een depressie verdwijnt niet omdat de kalender een bepaalde datum aangeeft, net zoals een ernstige lichamelijke aandoening dat niet doet. Natuurlijk mogen we verwachten dat mensen meewerken aan hun herstel en, zodra dat medisch verantwoord is, opnieuw proberen te werken. En natuurlijk bestaat er misbruik, zowel bij psychische als bij lichamelijke aandoeningen. Maar een stijgend aantal langdurig zieken is op zichzelf geen bewijs dat die mensen frauderen. Als we vermoeden dat uitkeringen onterecht worden betaald, moeten we dat individueel onderzoeken en aanpakken.

Wie misbruik maakt, moet niet twee jaar kunnen wachten

Bij werkloosheidsuitkeringen zien we een vergelijkbare redenering. De federale regering heeft beslist om het recht op werkloosheidsuitkeringen in principe te beperken tot maximaal twee jaar, met een aantal uitzonderingen. Ik begrijp dat werkloosheidsuitkeringen niet bedoeld zijn als een permanente vervanging van een inkomen uit arbeid, dus het is goed dat men zegt: "dit is niet voor het leven zonder voorwaarden". Maar stel dat iemand drie maanden werkloos is, perfect kan werken en bewust beslist nog wat langer van de zon te genieten, terwijl hij zijn verplichtingen tegenover de arbeidsmarkt niet nakomt. Waarom zou de overheid dan wachten tot zijn uitkering na een bepaalde termijn afloopt? De bestaande regels laten al toe om werkzoekenden te sanctioneren wanneer ze zonder geldige reden passend werk weigeren of onvoldoende meewerken. Het probleem moet dan vooral zijn dat zulke situaties tijdig worden vastgesteld en opgevolgd.

Tegelijk zijn er mensen die werkelijk willen werken, tientallen sollicitaties versturen en na twee jaar nog altijd geen baan vinden. Anderen botsen op hindernissen die ze niet zelf kunnen wegnemen. Denk aan een alleenstaande ouder die graag een job aanneemt, maar nergens betaalbare kinderopvang vindt. Volgens onderzoek van Opgroeien heeft Vlaanderen tegen 2029 ongeveer 11.500 bijkomende opvangplaatsen nodig. Als de overheid er onvoldoende in slaagt om essentiële voorzieningen mogelijk te maken, kan ze moeilijk alle verantwoordelijkheid voor het uitblijven van werk bij de betrokkene leggen. Dat geldt ook voor mensen die nood hebben aan opleiding, begeleiding of een werkgever die bereid is hen een kans te geven. Wie bewust zijn verplichtingen ontwijkt, verdient een andere aanpak dan wie ondanks ernstige inspanningen niet vooruitgeraakt.

Niet iedere zelfstandige heeft een zwembad in zijn tuin

Hetzelfde mechanisme herkennen we in de discussie over zelfstandigen en managementvennootschappen. De voorbije dagen ging het ook uitgebreid over ondernemers die via hun vennootschap een villa met zwembad of andere luxe-uitgaven fiscaal proberen af te trekken. Dat is voor de meeste ondernemers helemaal niet mogelijk en de fiscus verwerpt dergelijke constructies doorgaans. Toch bestaan er uitzonderlijke gerechtelijke uitspraken waarbij bepaalde kosten werden aanvaard, bijvoorbeeld omdat het privégebruik als onderdeel van de bezoldiging van de bedrijfsleider werd beschouwd. Dat is juridisch niet noodzakelijk fraude, maar het kan wel wijzen op fiscale regels die onvoldoende rechtvaardig of consequent zijn. Wanneer privé-uitgaven ten onrechte als beroepskosten worden voorgesteld, moet de fiscus optreden. En wanneer de wet uitzonderlijke voordelen mogelijk maakt die moeilijk te verantwoorden zijn, moet de wetgever die regels gericht aanpassen. Maar dat deed deze regering intussen ook, en toch lijkt ze om de paar maanden het signaal uit te sturen dat elke ondernemer per definitie verdacht is en moet bewijzen dat die ter goeder trouw is.

Wat ik echter niet aanvaard, is dat zo'n discussie uiteindelijk zou uitmonden in een algemene hogere belasting voor zelfstandigen die volstrekt correct werken. De loodgieter die zijn eigen zaak uitbouwt, de freelance consultant die al maanden voor dezelfde klant werkt en de ondernemer die personeel tewerkstelt, mogen niet automatisch verdacht worden omdat anderen fiscale achterpoortjes gebruiken. Zij dragen ondernemersrisico, moeten zelf opdrachten vinden en bouwen hun eigen sociale bescherming op. Een vennootschap is op zichzelf geen bewijs van misbruik, evenmin als het feit dat iemand langere tijd voor dezelfde opdrachtgever werkt. Willen we bepaalde fiscale constructies veranderen, dan moeten we duidelijk omschrijven welke praktijken we viseren en waarom. Een brede belastingverhoging is geen vervanging voor een nauwkeurige fiscale wetgeving en doeltreffende controles.

Bovendien vergeten we in dat debat gemakkelijk wie uiteindelijk mee de rekening betaalt. Wanneer een ondernemer ten onrechte kosten aftrekt, krijgt zijn concurrent die alle regels respecteert daar geen voordeel door. Integendeel, de eerlijke ondernemer ondervindt dan een concurrentieel nadeel en de overheid loopt inkomsten mis. Maar als de reactie bestaat uit hogere belastingen voor een veel grotere groep zelfstandigen, wordt diezelfde correcte ondernemer opnieuw getroffen. Dat is moeilijk te verdedigen. Net zoals een werkelijk zieke niet zijn uitkering mag verliezen omdat anderen misbruik maken, mag een ondernemer niet zwaarder worden belast uitsluitend omdat anderen fiscale constructies gebruiken die niet door de beugel kunnen. De overheid moet het onderscheid kunnen maken tussen correct gedrag en misbruik, ongeacht over welke beroepsgroep of inkomenscategorie het gaat.

Een sterke overheid durft ook naar zichzelf te kijken

Daarmee komen we bij een probleem dat volgens mij te weinig aandacht krijgt. We verwachten terecht dat burgers, werknemers, werkzoekenden en zelfstandigen hun verplichtingen nakomen. Maar welke eisen stellen we aan de overheid zelf? Als mensen jarenlang onterecht een uitkering ontvangen, moeten we onderzoeken waarom controles dat niet hebben verhinderd. Als werkzoekenden onvoldoende worden begeleid of gesanctioneerd wanneer dat gerechtvaardigd is, moeten we de werking van de bevoegde diensten verbeteren. En als fiscale regels constructies mogelijk maken die de wetgever eigenlijk onwenselijk vindt, moet de wetgeving worden verduidelijkt. Dat vraagt deskundigheid, voldoende controlecapaciteit, goede gegevensuitwisseling en vooral de politieke bereidheid om maatregelen ook effectief uit te voeren.

Dat betekent niet dat algemene regels of termijnen nooit zinvol kunnen zijn. Een sociale zekerheid moet betaalbaar blijven, een werkloosheidsverzekering mag mensen stimuleren om opnieuw aan het werk te gaan en de belastingdruk moet eerlijk worden verdeeld. Ook moeten we erkennen dat controles niet alle misbruiken kunnen uitsluiten en dat ze zelf geld kosten. Maar zulke overwegingen ontslaan de overheid niet van de verplichting om maatregelen zorgvuldig te richten en hun gevolgen voor mensen die de regels respecteren te onderzoeken. Een eenvoudiger algemene maatregel is niet automatisch een rechtvaardiger of doeltreffender maatregel. Zeker wanneer de overheid daarmee problemen probeert te verhelpen die deels voortkomen uit haar eigen dienstverlening, gebrekkige opvolging of onduidelijke wetgeving.

Voor mij is dit uiteindelijk een kwestie van wederzijds vertrouwen. Onze sociale zekerheid kan alleen overeind blijven wanneer mensen die ondersteuning nodig hebben daarop kunnen rekenen, en wanneer wie misbruik maakt daarop wordt aangesproken. Ons ondernemingsklimaat heeft nood aan duidelijke, eerlijke fiscale regels, niet aan een voortdurende verdenking tegenover iedereen die zelfstandig werkt. En onze arbeidsmarkt heeft behoefte aan begeleiding die mensen vooruithelpt, gecombineerd met consequente handhaving van de bestaande verplichtingen. Wie kan werken maar bewust niet wil, moet daarop worden aangesproken. Wie wil werken maar niet kan, moet geholpen worden. En wie correct onderneemt, verdient rechtszekerheid in plaats van collectief wantrouwen. Een overheid die iedereen dezelfde rekening presenteert omdat ze onvoldoende onderscheid maakt, lost haar eigen tekortkomingen niet op. Ze schuift de gevolgen ervan door naar de mensen die de regels wél naleven.

Deel deze post
Archief
Een digitale overheid moet ook werken wanneer het misgaat