Opiniestuk gemeentelijke fusies

Robby_high_7

Naar aanleiding van de formateursnota van Bart De Wever omtrent sancties voor gemeentes en steden die niet willen fusioneren, biedt burgemeester van Moerbeke en federaal volksvertegenwoordiger Robby De Caluwé (Open Vld) weerwoord. “Intergemeentelijke samenwerking gaat voor Moerbeke boven een fusie met een andere gemeente”.

Wanneer de onderhandelingen over een nieuwe Vlaams regeerakkoord aan de gang zijn, dan liggen interne hervormingen vaak op tafel. In 2014 werd door de Vlaamse regering aangestuurd op vrijwillige fusies. In tegenstelling tot 1976 werd in de vorige legislatuur voor het bottom-up draaiboek gekozen. Echter zijn slecht 7 gemeenten op de fusiekar gesprongen. Voor de periode 2019-2024 stuurt Bart De Wever aan op een systeem van belonen en sanctioneren om gemeenten ertoe aan te zetten te fusioneren. “Kleine plattelandsgemeenten zoals Moerbeke, waar ik burgemeester ben, komen zo in het vizier. Echter, zoals burgemeester van Glabbeek, Peter Reekmans, het eerder deze week heeft verwoord: de Dorpstraat is geen vragende partij.”, zegt burgemeester van Moerbeke Robby De Caluwé (Open Vld).

De fusieberichten duiken herhaaldelijk op, met efficiëntie als hoofdargument. “Vaak wordt er gekeken naar andere EU-landen om duidelijkheid te scheppen”, verklaart De Caluwé, “de universiteit van Groningen heeft becijferd dat de fusiebewegingen in Nederland aanzienlijk veel geld heeft gekost en dat de dienstverlening voor de bevolking is afgenomen. Ook in Denemarken komt men tot dezelfde vaststelling. In beide landen zijn de uitgaven op termijn met 10 tot 20 procent gestegen vergeleken met voor de fusie. Van de 27 EU-landen hebben er slechts 9 lidstaten gemiddeld grotere gemeenten dan Vlaanderen.”

Sommigen pleiten nu voor een nieuwe fusiegolf in Vlaanderen. Volgens het onderzoek van Vives zou in onze regio Moerbeke dan met Lokeren worden samengevoegd en zal Waasmunster opgaan in Sint-Niklaas. “Echter zou de beoogde toename aan efficiëntie voor gemeenten wel eens kunnen tegenvallen en zijn er enkele onvoorziene consequenties”, besluit De Caluwé. “Mocht Moerbeke bij Lokeren worden toegevoegd, dan zal een inwoner van Koewacht (Moerbeke), een half uur moet rijden om gebruik te maken van de diensten in het stadhuis van Lokeren. Het is net onze troef als kleine gemeente dat beleidsmakers en ambtelijke diensten snel kunnen inspelen op de behoeftes van de inwoners”.

De burgemeester duidt hiermee op de zogenaamde afstand tussen burger en politiek: “De afstand tot de inwoners zal worden vergroot. Wanneer we kijken naar het onderzoek van de Gemeentemonitor dan blijkt dat burgers in Moerbeke erg tevreden zijn over de lokale dienstverlening, in tegenstelling tot hogere bestuursvormen, waar het tevredenheidniveau laag is. Daarom is het belangrijk om te blijven investeren in onze burgers en dat kunnen we enkel doen als we dicht genoeg bij hen staan.”.

Met de fusieoperatie zouden gemeenten meer bestuurskrachtig en efficiënter zijn:“Vaak worden verschillende definities en indicatoren gehanteerd als het gaat over bestuurskracht en efficiëntie. De studie van Vives gaat onder ander uit van de schuld per inwoner, gemiddeld gemeten in de periode 2008-2015. Op basis van die parameter wordt beslist dat we onze financiële uitdagingen niet aankunnen. Nochtans zijn in heel veel gemeenten de schulden in vorige legislatuur enorm toegenomen. Bij ons in Moerbeke zijn ze 30% gedaald. Daarbij komt dat de schulden van de OCMW’s nooit mee worden bekeken in deze studies. In Moerbeke is ons OCMW momenteel zo goed als schuldenvrij, omdat leningen vroeger door de gemeente zijn aangegaan in plaats van het OCMW. Zo krijg je nooit een correct beeld”, aldus De Caluwé.

“Bovendien bevestigen die indicatoren niet dat grotere gemeenten of (centrum)steden zogenaamd bestuurskrachtiger of efficiënter zouden zijn, gezien zij geen betere financiële cijfers kunnen voorleggen en het niet is omdat zij groter zijn, dat ze daarom beter bestuurd worden”, meldt De Caluwé. Hij wijst op de recente interne hervormingen waar gemeenten mee geconfronteerd worden, zoals de persoonsgebonden bevoegdheden van de provincies en de integratie van het OCMW bij de gemeente. Het wordt er voor gemeenten niet gemakkelijker op. “Door de hervormingen worden de facturen groter en de bevoegdheden uitgebreider. Komt hierbij dat de interne hervormingen niet evenwichtig zijn met de kost die het met zich meebrengt. Daarom zullen de Vlaamse en federale regering tegenover de gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten opnemen.” beslist burgemeester De Caluwé.

Een tijd geleden werden 166 gemeenten die in aanmerking komen voor een fusie, bevraagd door Het Nieuwsblad. 150 daarvan zeggen resoluut ‘neen’ tegen het idee. Volgens De Caluwé houden inwoners van het authentieke karakter van hun kleine gemeente. “De vraag roept zich op hoe de inwoners van de slechts 7 CD&V-fusies betrokken zijn in het proces van hun (ex-)gemeente. Wat ons vaak verweten wordt om niet te fuseren, is bij die gemeenten namelijk gebeurd. De machtspositie wordt verder uitgebouwd door een fusie op basis van politieke motieven door te voeren. Dit laatste was de reden dat de lokale N-VA zich verzette in het fusieproces van Kruisem”.

“De bestuurskracht van een gemeente heeft niets te maken met haar grootte. Belangrijker zijn de visie, inzet, zuinigheid, daadkracht en bestuurskwaliteit van de lokale bestuurders.” . Daarbij sluit burgemeester De Caluwé zich aan bij burgemeester Peter Reekmans die zegt dat politiek personeel beter zou moeten worden opgeleid. De Caluwé denkt ook aan het gegeven van regelvrije zones: “Dit zijn domeinen waar gemeenten volledige autonomie en beslissingsmacht zouden hebben. Doordat er nog steeds te veel regels zijn, moeten gemeenten vaak terugkoppelen naar een hoger orgaan zoals de Vlaamse overheid of de provincie. Hierdoor wordt er veel tijd verloren om een beslissing te implementeren. Maar zoals eerder gezegd, kan dit enkel indien er financiële steun is van de hogere overheden om de autonomie te garanderen”.

“Er valt veel meer winst te boeken, indien men zou zoeken naar de juiste samenwerking met de juiste partners.”, besluit De Caluwé. “Om de bestuurlijke verrommeling van heel wat intergemeentelijke samenwerkingsverbanden te optimaliseren, kunnen gemeenten de aanbevelingen van de Vlaamse overheid volgen. Dit kan gaan over het clusteren van regionale structuren, de inrichting van shared services, verschuiven van bevoegdheden of wijzigen Vlaamse regelgeving … Zo hebben we met Lokeren één directeur aangeworven voor de OCMW-woonzorgcentra, met Wachtebeke hebben we een vrijetijdsconsulent aangeworven en we delen ons containerpark met de inwoners van Eksaarde”.

Intergemeentelijke samenwerking gaat voor Moerbeke boven een fusie met een andere gemeente. “Deze vrijwillige samenwerking garandeert de beleidsautonomie van de gemeente, omdat de gemeente zelf de partners kiest die voor een specifiek domein het meest geschikt zijn. Dit in tegenstelling tot een fusie, waar er geen keuzemogelijkheid is voor de gemeente en deze het beleid van de fusiegemeente moet ondergaan in alle domeinen. Want wie goed bestuurt, heeft slagkracht, en dat kan ook in een kleine gemeente”, besluit De Caluwé.